March 2015

Is dit nu later?

“Oh, wat zullen wij later botsen!” was de eerste zin die ik tegen mijn pasgeboren kind riep toen ik begreep dat ik moeder was geworden van een meisje. Ze lag net op mijn borst. Ik keek in haar verrassend open ogen en intuïtief had ik uitgesproken wat ik tot in mijn vezels voelde.

En nu is ze 4 jaar. Bijna 5. Een meisje met grote, blauwe ogen en een vracht blond haar. Met een heerlijke lach en de lekkerste knuffels die je je kan voorstellen.

Ik zie haar zitten in de klas, ik mag een uurtje meekijken vandaag. Terwijl ik op een te klein stoeltje zit, achter de kring, kan ik even bijkomen. Wat hadden we vanmorgen al een strijd. De klaargelegde broek, normaal haar favoriet, vanwege de kleurige hartjes. “Niet goed, mama!” De zelf uitgekozen sokken. Niet goed. De elastiekjes voor haar haren. Niet goed. Een haarband!
Het kampioenschap treuzelen als ze aan alles voelt dat we op willen schieten. De grens aan mijn geduld en de tranen op haar wangen als ik haar in de bakfiets til. De zucht die me ontsnapt.

Ik kijk de kring rond van 29 kinderen. Bijna allemaal zitten ze recht op hun stoeltje en luisteren ze aandachtig naar de juf. Precies zoals het hoort. Mijn dochter niet. Ze hangt en lijkt geen 5 minuten stil te kunnen zitten. Gefrummel aan haar trui. Vingers in haar mond. Tong naar buiten. Een snotneus die ze achteloos afveegt aan haar kleren. Gedoe met haar broek. Ik zie haar buik, terwijl ze de flap van haar trui over de leuning van de stoel vouwt. Ik voel mijn lijf verstarren van ergernis. Ze vangt de blik in mijn ogen en woordeloos schud ik mijn hoofd. Ze gaat snel rechtop zitten. Voor ongeveer een seconde.

Mijn hoofd maakt overuren. Snapt ze het allemaal wel? Kan ze wel meekomen? Waarom zit ze niet stil? Heb ik haar wel goed opgevoed, snap ik dat opvoeden wel, blijkbaar heb ik niet goed gelet op haar ontwikkeling? Waarom doet ze niet gewoon zoals het hoort?

En opeens komt het bij me binnen: Zoals het hoort. Zoals ik ooit heb geleerd hoe het hoort. Waardoor ik dát heel goed wist als klein kind maar minder hoe je je voelt en hoe je daarmee omgaat. Oh ja.

Mijn lijf ontspant en mijn blik verzacht. Ik kijk nog eens naar mijn dochter. Zie opeens hoe moe ze is. Hoe ze zich staande houdt terwijl het allemaal eigenlijk teveel is nu.

De kring wordt opgebroken, ik moet naar huis. Ze mag gedag komen zeggen. Ze vliegt in mijn armen en ik houd haar stevig vast. Net als toen. Het ‘later’ is Nu. “Ik kom je vroeg halen vandaag, lieverd”, zeg ik.