June 2015

Op zijn plek

Eigenlijk had ik die 130 kilometer gereden naar de veiling om iets anders op te halen. Bij de ingang, waar een vriendelijke jongen koffie schenkt voor de wachtenden, wordt mijn oog er gelijk naartoe getrokken.

Het beeld.

Alsof het me aankijkt. Terwijl de ogen zijn neergeslagen. Bijna tegelijkertijd zie ik het gele bordje met ‘te koop’ er links achter. Ik vraag het voor de zekerheid nog even: ‘’Dat zijn nul biedingen, mevrouw’’.
Ah, veilingtaal.

Ik loop erlangs als ik het laatste stuk overbrug naar het administratiehokje. Ja.
Ik hoef er niet over na te denken. Het is voor mij.
Vraag het daar nog even voor de zekerheid: “Kan ik het kopen?” De man kijkt geërgerd: ‘’Nee, mevrouw veel te druk vandaag”.

De man die me even later komt helpen om mijn eerder gekochte stuk te pakken, loopt met me mee. Ik vraag het nog maar eens aan hem.
“Hij gaat er niet over”, zegt hij. “Maar Dimitri wel”.
Ik vind hem wel, hij is ergens rechts op het terrein.

Inderdaad. Dimitri is druk maar we hebben oogcontact.
Even later wijs ik hem het beeld: “Die daar”. 6 minuten later en 22 euro armer heb ik het in de auto geladen. Op weg naar mijn moeder, voor een kop koffie voordat ik terugrijd.
Ik ben er zo blij mee dat ik het haar gelijk laat zien bij aankomst.
“Mooi”, zegt ze “Afrikaans he?” Ik vertel haar dat ik al langer een beeld zocht voor de plek in de tuin.
De plek waar ik mijn miskraam heb begraven, in 2009.

En ze herinnert me aan het verhaal dat ik ken uit mijn jeugd. In Oost-Afrika, jaren vijftig, is het gebeurd: háár miskraam; op het toilet, thuis, 20 weken zwanger. Mijn vader heeft het voorzichtig in zijn handen mee naar buiten genomen. Daar, waar de bewaker de wacht houdt, heeft hij het aan het kampvuur overgegeven.

Oh ja. Dat verhaal is me inderdaad altijd bijgebleven, als de jongste van het gezin. Met kinderlogica had ik bedacht dat als dát kindje had geleefd, ik er zelf misschien niet was geweest.

Thuis til ik het loodzware beeld door het huis naar buiten. Achter in de tuin, vlak bij mijn vuurschaal. Het staat er alsof het er hoort. Ik kijk er nog eens naar. Het is precies goed zo. Op zijn plek.