June 2010

Er is een weg van vergeten en een weg van terugkeer

Zal ik je vertellen over de zwerfster?
Zij was al de hele wereld over geweest.
Kon prachtige verhalen vertellen over China, Australië, Maleisië, Midden- en Zuid-Amerika. Wat ze zo heerlijk vond aan reizen was dat ze er geen verleden en geen toekomst had. Alleen maar het nu.

Rust kon ze niet vinden, altijd kortstondig, nooit voor lang.

Wat zij zich toen nog niet realiseerde was dat haar vader het vóór haar deed en zijn ooms weer vóór hem. Dat een bepalend iemand haar later vertelde dat reizen ook een vorm is van een trek naar de dood en dat in het telkens weer weggaan zo het ‘niet kunnen blijven’ lag besloten.

Natuurlijk had ze al vaker ook naar binnen gereisd en ze kende het landschap steeds beter; krachtige eiken met troostende bankjes, weides van bloemen en wuivend gras, speelse lammetjes en ondeugende kinderen.
Velen hadden zich uitgenodigd gevoeld door dit landschap; om er op krachten te komen, zich in de zon te warmen, te lachen en slokken vol levensvreugde tot zich te nemen. Maar niemand bleef echt voor heel lang. Of was het zo dat zij steeds verder trok?

Haar leven nam een andere wending en ze bleef dichter bij huis. Ze kon merken dat het tijd werd voor de volgende reis. 3 Jaar geleden pakte zij haar knapzakje en onbevangen stapte zij het haar zo bekende landschap in.

Ze wist hoe ze zich moest voortbewegen en het landschap nam haar op.

Zo eenvoudig als het echter had geleken om dit terrein te verkennen, zo ingewikkeld werd het al gauw; achter de groene heuvels lag een hele andere wereld verscholen.

Zonder waarschuwing ging het lieflijke landschap over in woestijnen en steppes, waar niets leek te groeien en waar geen eind aan leek te komen .Ze raakte in paniek over de enorme leegte, het ontbreken van een bron. Hoe ging ze hier haar weg vinden? Vele koude nachten bibberend doorwaken, in nadrukkelijke eenzaamheid. Pfff wat viel het haar tegen. En ze wist: ik heb te verduren.

Na de leegte vervolgde ze haar weg. Zo kwam ze regelmatig in stukken ondoordringbare jungle, vol overwoekerde herinneringen. Zonder kapmes kwam ze nooit ver maar er waren glimpen en ze voelde het meer dan dat ze het echt kon zien.
En ze wist: het lijf weet het.

Er waren geen richtingaanwijzers, geen landkaart, geen kompas. Alleen maar een weg te volgen die haar steeds verder leidde. De juiste weg? Ze wist het dit keer niet. Maar op een of andere manier ging het daar ook niet om tijdens deze reis. Soms dacht ze aan wat iemand haar ooit had verteld: ‘’De weg is wijzer dan de wegwijzer’’.

Tijdens haar tocht ontdekte ze ook de diepe, diepe meren van verdriet. Hoe kon ze daar zwemmen zonder te verdrinken? Van een voorzichtige, bange teen in het koude water werd ze toch langzaam maar zeker steeds meer ondergetrokken in het ondoorzichtige blauwe water. Het was grappig om te merken dat ze ook elke keer weer boven kon komen en dat het bijna leek of haar borstkas zich met meer lucht kon vullen. En was het nu echt zo dat ze zich schoner, gereinigd voelde?
En ze wist: Ik heb te rouwen.

Overal langs de weg de woedende vulkanen met hun onverwachte uitbarstingen, vol kolkend lava. De schrik was elke keer zo groot; ze kon voelen hoe het haar lijf deed trillen en hoe haar hoofd dan niet aanwezig was. Ze kon er duizelig van worden. De kracht en het vuur van het opgekropte BOOS, wat haar blijkbaar zoveel te vertellen had, die gestold ook de weg kon plaveien naar verbinding.
En ze wist: Ik heb te begrenzen.

Geschroeid vervolgde ze haar weg. Had ze in het eerste deel van haar reis de opgedroogde watervallen wel gezien, nu kon ze het water opeens horen druppelen. Het schurende, hortende en oh zo pijnlijke opnieuw stromen van water. Liedjes van verlangen, zingend in hun neergang, langs verborgen grotten. Grotten, klam van angstzweet. Hoe kon ze hier naar kijken, hoe kon ze dit vastpakken en niet in duizend scherven uiteen vallen? Hoe kon ze het verlangen omarmen en het als geschenk aanbieden aan haar geliefden, zonder zeker te weten of het geschenk zou worden aanvaard of opgemerkt? Voor een zwerfster nam ze eigenlijk bar weinig risico, als je het zo bekeek.
En ze wist: Ik heb uit te reiken.

Als ze verder keek naar het pad van het water, zag ze waar de rivier van gevoelens niet meer kon stromen; daar waar de bedding ontbreekt. Wat raar eigenlijk, dat ze dat nu pas kon zien. Eigenlijk was ze er zich nauwelijks van bewust geweest hoe essentieel dit voor haar was. Was dit het, waar ze onbewust altijd naar op zoek was geweest?
En ze wist: Ik heb te rusten.

Nee, het ging lang niet allemaal vlekkeloos tijdens deze reis. Wat een strijd leverde ze met de elementen, de uitdagingen waar ze geen nee tegen kon zeggen (zoals haar vader voor haar), het eeuwige gevecht. Alles om de pijn niet te voelen. Het leek ook wel of ze in alle passanten haar ouders tegenkwam, haar broers en zussen. In woordeloze ontmoetingen kon zij zichzelf herkennen. Het werd zo duidelijk hoe groot zij zich maakte.
En ze wist: Ik heb te buigen.

De zwerfster is bijna aan het eind van de knapzakreis. Er is een zomer, een herfst, een winter voorbijgegaan. Nu is het lente en ze kan het leven voelen groeien ten zuiden van haar hart. In haar buik, natuurlijk in haar buik, het centrum van alles en ondertussen haar kompas. Nieuw leven betekent ook dat alles opnieuw wordt aangeraakt. Het voelt alsof haar lijf alles open heeft gezet en ze zo onbeschermd is.

Ze heeft nog zo vaak terug te keren en er is nog zoveel innerlijke beweging nodig. Maar het knapzakje is de volgende keer een rugzak en de uitrusting zal met elke reis steeds professioneler worden. Ze gunt zichzelf de tijd.
Ze weet: Ik hoef het niet op te lossen, ik hoef alleen maar antwoord te geven.