Sint surprise

Gaat het opeens met Sinterklaas ook zo over rouw. Ik kijk naar dochterlief die met haar hoofd weet van het grote geheim en vanuit haar lijfje en instinct nog zo reageert op ‘het verhaal’. Die, met de voor-de-groten-grapjes in het Sinterklaas journaal (zoals het pakpapier en de schaar nog op tafel, hoe kan dat toch?) nog met stelligheid reageert met: 'Rommelpiet mam!' Die haar kersverse kennis nog steeds bijna onbewust omzet in 'Er zijn neppe en een echte.' 

Ze beweegt in en uit haar nieuwe realiteit. 
Ze leert me over de verhalen die we elkaar vertellen. En onszelf. Verhalen van onze relatie, onze samenwerking, onze band. Verhalen die we denken dat we delen. En waar we nog zolang in geloven. Of willen geloven. 

Zelfs als we ontdekken dat het anders is dan we dachten.
Zelfs als die vaak koude, andere realiteit allang is gezien en gehoord. Misschien zelfs al gevoeld. Alsof we die dan instinctief met een 'nee' retour zenden. Alsof we tijd nodig hebben, reistijd, tussen het oude en het nieuwe verhaal. Alsof in één keer het pakken te bruusk, te abrupt, te definitief is. Niet voor ons hoofd, wel voor ons hart.

Misschien gaat rouwen in stukjes. 
Bewegen we in en uit. Tussen het weten en het voelen.
Tussen mentaal begrip en echt, echt doordringen in de vezels van ons lijf. 

Ik zie het zo in mijn praktijk. En bij Nienke. En bij mijzelf. In het klein en in het groot. Dat we rouwen over verlies. In dit geval van een droom, een illusie, het verhaal dat we elkaar en onszelf vertelden. Rouw in stukjes en beetjes, langzaam aan, op ons eigen tempo. En misschien is het wel zo dat hoe meer we huilen, om alles wat er niet (meer) is, hoe meer we liefde kunnen voelen voor alles wat er wel (nog) is. 

'Rouw is de achterkant van liefde' zeggen ze bij Phoenix opleidingen. Het een kan niet zonder het ander. Twee kanten van dezelfde medaille. 

En om in de Sinttermen te blijven: Misschien wel de surprise met dat misselijke gedicht die je écht liever niet had gekregen en die toch, ergens goed verstopt, een geschenk herbergt die je hebt te ontdekken. Alles op zijn tijd.

We zijn op reis tussen oud en nieuw verhaal. 
Nienke, mijn cliënten en ik. 

En ondertussen vieren we gewoon Sinterklaas. 
Niet vandaag. Want zoals dat gaat in samengestelde gezinnen; een andere dag was schematechnisch handiger. Afgelopen zaterdag. Vol met belachelijk goede, leuke en mooie surprises en niet misselijke gedichten.

Stiefouderdag

Voor hoe je het zo kan voelen vanwege de lasten en niet de lusten,

Voor de aanwezigheid van de andere ouder die altijd 'meekomt' met de kinderen (positief of negatief),

Voor de strijd die het verschil in opvoedstijlen met zich mee kan brengen.

Voor het loslaten van je dromen en voor het accepteren van de werkelijkheid.

Voor je grote hart en je stevig in je schoenen staan.

Voor het leren zien wat er w
él is en de rijkdom (meestal anders dan verwacht) die het kan brengen.

En voor alle diversiteit van de verhalen, zoals ik ze al 2,5 jaar dagelijks hoor in mijn praktijk.

Naast mijn eigen verhaal van inmiddels ruim 12 jaar.

Stiefouderdag: Om even stil te staan bij deze niet vanzelfsprekende rol.

Over de liefde

Zo'n volle, volle dag in de praktijk - waar de airco de kamer tussentijds koel houdt en de heftige emotie tijdens de sessies de temperatuur weer net zo hard doet stijgen.

Over de liefde en waar deze ons brengt; op lang vergeten pijnplekken van toen, van ooit, van liever ver weg, van dat nooit meer.

Of gewoon pijn van nu, van alleen, van strijd, van geen plek kunnen vinden in je eigen huis.

Van het grote verlangen wat ons drijft naar hoe je wilt dat het is, naar de droom van de liefde en wat dat dan zou moeten betekenen, hoe dat eruit moet zien en waar we een bijzonder plekje voor ons zelf veronderstellen - naar de realiteit van nu, pijnlijk gesplitst tussen het toen van hem en het nu van jullie samen of andersom.

Precies daar dat gat tussen wens en werkelijkheid. Precies daar waar je er niet meer omheen kunt en het kan voelen in al je vezels, dat wat je al zo lang kundig uit de weg gaat - precies daar ontspringt de bron. 

De bron waar je tranen eindelijk vloeien en zo de weg openen naar opnieuw verbinden, naar verzachten, naar een andere werkelijkheid. 

Diepe buiging voor mijn cliënten, die zich overgeven in vertrouwen en mij rauwe kwetsbaarheid en pure veerkracht laten zien. Ik vind het louterend en ontroerend.

Morgen weer. 

Oude wijsjes en Nieuwe zinnen

Ze loopt bedachtzaam. Het hoofd wat naar beneden, de ogen op de grond gericht. Ze weet het niet precies. Wat er aan de hand is met haar. Eigenlijk heeft ze geen reden om zich zo te voelen, zegt ze. En toch - ze merkt het. Weinig energie, veel twijfel. Ze komt maar niet verder. 

Onze voeten bewegen op de houten brug, we zijn al zo’n minuut of tien onderweg. Ik hoor haar oude wijsje - in de dingen die ze zichzelf vertelt. Een haar bekende refrein. Doorgaan, niet stilstaan. Tel je zegeningen, waar kan het nu over gaan, je bent toch niet ziek? 

Het neuriet door haar lijf, zoals het al heel lang doet. Zo lang dat ze niet eens meer weet wat de tekst precies is. Zo lang dat ze niet weet hoe het haar de adem beneemt in wat ze niet mag voelen. Ze hoort mijn vraag en ze staat even stil. 
Dan vervolgen we onze weg.

Ze is groter gegroeid dan toen. Toen ze dat wijsje voor het eerst zong vanbinnen. Het heeft haar ver gebracht en het past niet meer. Ze beseft het opeens zo. Hoe het tijd is voor een andere tekst, nieuwe woorden, een ander refrein. Meer van nu. 

Bij de Schone Lei ronden we af. Ik kijk haar na terwijl ze naar haar fiets loopt. Energie in haar stap.

Cirkeltjes eruit wandelen

Zeker nu de lente is aangebroken worden er weer meer Rondjes gedaan. Je kan wel voelen dat het tijd is om op te ruimen vanbinnen. Spinnenwebben, gevormd om je gedachten. Cirkeltjes eruit wandelen. Kijken waar het werkelijk over gaat. Waar je terechtkomt als je je angst loslaat en je weer kan vertrouwen op jezelf. Want natuurlijk weet je het. 
Je hebt alleen wat vragen van mij nodig, samen met de stilte en het ritme van je eigen voetstappen.
Kom je ook de bezem door je geest halen?

Het tempo vertraagt

Het regent zachtjes.
Een belofte in de lucht.
Van openbreken, van blauw, van zonlicht.
Eerst die bui.

Altijd bijzonder hoe je de regen niet meer voelt na de eerste twintig stappen. Het tempo vertraagt, de adem keert terug. Het gaat over liedjes van verlangen. Die kruipen in zorgvuldig opgebouwde structuren, die klinken in de poten van je stoel. Die schuren, zagen en wringen. Het liedje waarvan je de titel niet meer weet, de woorden niet meer kan verstaan.
En die melodie waar je niet meer omheen kunt.
Je stoel is al lang omgevallen.

Jij bent nu hier.
Een regenboog laat zich zien, terwijl jij ruimte maakt voor je lied.

Mens

Wat afgelopen week het meeste indruk op mij heeft gemaakt .... ben jij, mens.
In mijn vak bevind ik me op die plekken waar mensen pijn hebben, op slot zitten, het niet meer weten. Daar waar ze vooral niet willen zijn. Er is een mooi gedicht wat dan bij mij voorbijkomt en wat me nog elke keer ontroert: ‘Met ogen tranend, blind van het zoeken'.

De mens die een weg zoekt. Een eigen weg. En ik mag daar getuige van zijn. Zo dichtbij, zo intiem. Het vraagt zachte handen, een deelnemend hart en een helder zicht.

Ik ben niet degene die het pad loopt, dat zijn zij. Ik ben niet degene die de weg weet, dat zijn zij. Ik schijn bij. Bij de schaduwplekken, daar waar het leeg, donker en stil is.
Kijk daar. Een antwoord. Een sleutel. Een inzicht. Een ontdekkingstocht. 
En altijd weer, soms tot in elke vezel van mijn lijf, raakt mij de kwetsbaarheid, de moed, de bereidheid en de liefde van jou, mens. Vooral de liefde. 

Ik ben er maar even bij, voor kort of wat langer. Ik doe niet veel. Ik steek een vuurtje aan, of loop naast je, stel een vraag, of leg het neer. Ik voel, zie en luister. Ik hoor je, mens. En je raakt me. Jij kan daarna verder, op je hervonden eigen weg.

Vuur voor vrouwen

Inmiddels 3 jaar geleden stak ik mijn eerste Rondje Vuur aan - voor vrouwen - en het vuur is altijd blijven branden.
Wat een bijzondere avonden, elke keer weer en wat een prachtige mensen, elke keer weer. 
Rond het vuur, waar binnen 2 uur een warm en oprecht contact wordt gesmeed, ver voorbij de dagelijkse verschillen die ons soms zo kunnen scheiden.
Waar de worsteling die we allemaal in meer of mindere mate kennen, gedeeld en misschien zelfs wel geheeld kan worden.

Je bent niet alleen.
We kennen allemaal de seizoenen in ons leven, van de bevroren winter tot de zingende lente en alles daartussenin.
Niets is voor altijd.
Je verbonden weten, juist ook met de ander die je niet kent, geeft adem en veerkracht. 
En natuurlijk helpt de natuur. 
Rond de plas, waarbij je een stap zet, of Rond het vuur, waarbij je hart spreekt.
Welkom.

Wolken

Een Hollands landschap.
Je zet je ene voet voor de andere.
Je ogen op de wolken.
De zon schijnt.
Nog wel.
Die wolken, woelig, vol, de doorkomende donkerte.
De schaduw al in beeld.
Ergens weet je het al lang en ergens wil je het niet.
Toch ben je nu hier.
Aarzelend vertel je, steeds meer.
Wolken die openbreken.
Antwoorden die komen op nooit gedurfde vragen.
Ik loop naast je.
En luister.
Meer is er soms niet nodig.
Kom je wandelen?

Mijn erfenis

ja
daar zit ik dan
even stil
van binnen
nu al
ontroerd
geraakt
want ik voel het zo
van achter mij
en ik voel het zo
vóór mij
het zit in mijn beweging
vanuit mijn ouders
naar mijn kind - mijn dochter
de bewegingen van daar weer achter
en de bewegingen daar weer voor
rimpelingen
ik fluister zacht
neem het aan
pak het vast
maak het eigen
verzacht
vergeef
verweef
voel je de liefde?
leef

Helen

Ze vertelt en vertelt. Ik luister naar haar verhaal. Het is zo goed te volgen. Logisch. Geordend en gerangschikt. Ze heeft zoveel gewerkt. Ze heeft het allemaal op een rijtje.
En nu is ze op dit punt. Twijfel klinkt. Ik voel er helemaal niets bij. Ah.
Dus zo is het voor haar. Ik begrijp nu waarom ze hier is. Onderbreek haar verhaal.
Stel op wat ik heb gehoord. En dan zit ze er middenin.
Voorbij alle rationele afweer, voorbij de muur die mentaal begrip kan zijn. Midden in haar gevoel. Onwennig, zie ik. Ze wankelt wat voordat ze haar rug recht.
Ja, zo is het. Zo is het precies. Het besef komt aan, komt binnen.
Alsof ze nu pas ervaart wat ze al wel kon zeggen.
Ze had al een deel van het geheel, ze kan het nu rond gaan maken.

Een samengesteld gezin is topsport

Hij staat in de schuur. Mijn oog valt er op. Tegen de muur geleund, wat stoffig.
Ik herinner me weer dat hij er altijd is en dat ik dat toch wel eens vergeet.

Van hout. Zwaar.
Niet zoals de lichtgewicht kunststof waarvan ze tegenwoordig gemaakt worden.
Mijn hockeystick.

Hij valt bijna uit elkaar. Zie je het? Lappen en plakband. Dof. De kleur is eraf. Van mooi is geen sprake meer. Het wordt bijeengehouden.

Het doet me denken aan een samengesteld gezin. Opgebouwd uit allemaal verschillende lapjes. Die misschien niet eens echt bij elkaar passen. Bijeengeraapt.

Pleisters die geplakt moeten worden, want het kan echt stuk.
Er is geen sprake van onvoorwaardelijke liefde die in een zogenaamd ‘’kern’’ gezin wel wat kan hebben van elkaar. Het is in het beste geval, voorwaardelijke liefde.
Of, en ook dat is al heel wat, genegenheid.

Aan het begin, de bovenkant, voel je waar de stick eerder is gebroken. Het herinnert me aan wat er voor mijn komst kapot is gegaan. Het gebrokene is zo’n onderdeel van het nieuwe gezin. Het fundament van verdriet. Over wat eraan vooraf is gegaan. Een scheiding of een overlijden.

Zie je ook de rafelranden? Vooral daar, wat meer onderaan.
Nee, het is niet harmonieus, het is geen één geheel.
Het is een wat willekeurige verzameling van mensen en kinderen, die het met elkaar moeten rooien, deeltijds of voltijds. Omdat je weer verliefd wordt. Zoals in mijn geval, op een man met 3 kinderen. En hij op mij. En zo de kinderen het elk weekend met mij moesten doen en ik met hen. En in de kern, is dat wat het is. Geen oppoetsen aan.
Dat is soms zo voelbaar.

En zo dierbaar. Na verloop van tijd leer je ermee omgaan.Net zoals met de stick. Hoe je de zwaarte kan hanteren zodat je er nog mee kan spelen. Je leert buigen en voegen, zoals de kromming onderaan. Hoe het niet allemaal perfect hoeft te passen maar dat het zo fijn is als het gewoon functioneert. En ieder een plekje heeft in het geheel. Met zijn eigen kleur. Hoe dankbaarheid kan komen voor wat er wél is.

Ja. Dit hier is ons gezin. Waar niets vanzelfsprekend is. We zijn samengesteld.
Je ziet het voor wat het is, een lappendeken, rafelig, rijk aan verscheidenheid. Je voelt het gewicht. Je leert houden van óf je te verhouden tot.

Ik houd verschrikkelijk veel van mijn hockeystick. En van wat deze voor mij symboliseert.
Het harde werken, het spelen, het plakken, het steeds opnieuw verbinden.
Het leren hanteren, de technieken eigen maken. Het is soms topsport.
En de factor tijd. Je ziet hierin de jaren die het nodig heeft.

Mijn stick staat vanaf nu in mijn praktijk, hier in Rotterdam. Waar ik werk voor samengestelde gezinnen. Waar we een stevige helpende hand bieden, misschien wel een duurzame stick, om het te kunnen laten werken. Houvast. Zicht en inzicht. Zodat er gespeeld kan worden, de wedstrijd van het leven, als team. Met elkaar.

Vindplaats

Hij weet waar hij voor komt. Hij zoekt al enige tijd. Nu komt hij bij mij.

We lopen, rustig aan, het Rondje.
Als we over de helft zijn, een opstelling.
Vrijwel gelijk is het er. Waar het écht over gaat.
En wat dus eerst komt, wat vóór het antwoord ligt. 
Enigszins verward stapt hij weer op de fiets.
“Ik voel ergens wel dat het goed is” zegt hij. Ik wil er alleen niet zo aan.” 
Dat snap ik.
Echt ruimte geven aan je gevoel betekent soms ook een rechtse directe, een onverwachte hoek. 
Geen snelle oplossing, wel een kans om 'op te ruimen'. 
Zodat hij kan vinden wat hij zoekt.
Hij heeft de eerste, grootste stap net al gezet.

De andere kant van verdriet is vreugde

Thema Rondje Vuur mei 2016

Vorig jaar rond deze tijd had ik 2 dagen cursus. In Doorn, in een prachtige druivenkas in een historische moestuin in het
bos. We werkten met 12 vrouwen en een man in de groep aan ingebrachte vragen. Er werd veel duidelijk waar mensen mee worstelen en wat ze met zich meedragen. Het zijn lange dagen. En doordat je zo intensief met elkaar werkt op het niveau van de kwetsbaarheid, is er een diep contact.
Het gaat niet over je dagelijks leven, niet over je gezin, je huis of je baan.
Het gaat over jou en waar je tegenaan loopt. Over waar je pijn zit. De rest valt even weg.

Op de tweede dag, terwijl ik de kring rondkeek, na net een wandeling te hebben gemaakt in die prachtige tuin en de kruidengeur te hebben opgesnoven, overviel me opeens een gevoel van grote vreugde. Levensvreugde. Bijna letterlijk alsof een stukje hart openging waarvan ik niet wist dat ik het dicht had gedaan. Ik realiseerde me dat ik dat een hele tijd niet had gevoeld. Een vreugde die je bijna laat zingen. Zo voelbaar omdat ik net daarvoor ook de diepte van het verdriet had gevoeld in de groep.

Ik herkende de grootte van de vreugde uit de tijd na het overlijden van mijn toenmalige schoonmoeder. Na én tijdens al het verdriet de intense levensvreugde. Over hoe fragiel het leven is en ook dat ik er nog was, gezond en wel. Levend.

Ik kwam daarna thuis en zag mijn dochtertje van toen 4 weer met de vreugde die ik zo diep kon voelen bij haar geboorte en haar babytijd. En die ik in de hectiek van alledag nog weleens uit het oog verlies. Diepe vreugde. Ik liep de tuin in naar dit stukje waar ik nu al zoveel keer Rondje Vuur heb gedaan. Waar we gedeeld hebben en verbinding hebben ervaren.
Op de plek waar ik in 2009 mijn miskraam heb begraven. Hoe mooi ik dat vind. Vreugde.

Ik dacht aan hoe alles in relatie met elkaar staat.
Dat de intense vreugde over de komst van mijn dochter zich zo verdiept heeft doordat ik dacht dat het me niet meer gegund was en ik eerst een miskraam had.
Dat de vreugde over momentjes dat het goed gaat in mijn relatie zo fijn zijn omdat het een hele tijd vooral niet goed ging.
Dat een moment van diepe verbinding met mijn stiefkinderen zo blij voelt omdat het er ook zo vaak niet is.

Zonder donker geen licht.
En als het niet donker mag zijn, hoe licht kan het dan worden?


Ik zie het ook om me heen. Wie laat zich nu gaan in vol verdriet of juist in volle vreugde?
Zijn we niet allemaal vol bewondering als mensen sterk en rationeel zijn na een ingrijpende gebeurtenis? Misschien zijn we allemaal gaan denken dat het leven maakbaar is.
Maar dingen gebeuren. Tragische dingen, verdrietige dingen. En hele vreugdevolle dingen.
En alles daartussenin. Het leven.

Natuurlijk kiezen we hoe we daarmee omgaan. Maar van een gebeurtenis gelijk naar zingeving gaan betekent een stuk overslaan. Het stuk van rouw/verdriet.
Als ik de diepte van mijn verdriet niet voluit kan of mag voelen, hoe kan ik dan de hoogte van mijn vreugde voelen? Dan vlak ik af. En vaak ben ik te druk of me te druk aan het maken om het dan nog echt te kunnen voelen.

Ik wil het wel voelen. Want als ik mezelf kan voelen dan weet ik welke kant ik op wil, wat ik wil doen en wat passende keuzes zijn.

Waar dit ook voor mij over gaat is dat het goed is om hier af en toe bij stil te staan. Tijd te nemen.
Ik kon mijn vreugde zo duidelijk voelen omdat ik even afgesloten was van telefoon/mail/en alles wat er nog gedaan moet worden. Ervan bewust zijn, in contact met andere mensen of alleen.
Voor je verdriet, maar zeker ook voor je vreugde.

Het verschil in mijn energie is zo merkbaar nadat ik me toen zo bewust werd van mijn bronnen van vreugde. Hoe makkelijk ik opeens bij mijn liefde kon komen en mijn dankbaarheid.

Dus, neem de tijd. Om te voelen. Even stilstaan.
En delen met elkaar, helpt. Heelt zelfs.
Dat doen we bij Rondje Vuur.

What are you pretending not to know?

Deze zin hing op de muur toen ik járen geleden deelnam aan een awareness training.
3 dagen lang en elke dag werd deze zin groter.
Het schreeuwde naar ons over dat wat we diep van binnen wel weten maar niet willen weten.
Waarvan doe je net alsof je het niet weet?

Oeps.
Ik moet er vandaag aan denken op 01 april. April Fool’s Day.
We houden onszelf zo graag voor de gek. Ik heb het jaren gedaan.
Nee joh, ik ben gewoon moe.
Het is op zich écht een leuk bedrijf waar ik werk.
We zitten gewoon in een wat lastige periode samen. Hij is ook zo druk en ja, ik eigenlijk ook. Dus.
Nee, het gaat echt heel goed, ik doe alleen maar leuke dingen. Het gaat echt heel goed.
Toen ik me niet zo lekker voelde? En die ruzie laatst? Nee, dat stelde eigenlijk niets voor.

Ik hoor het ook vaak om me heen. En bij mijn cliënten. En soms nog bij mijzelf.
We relativeren. We praten het goed. We maken het kleiner. We redeneren het vooral weg.
We doen net alsof we niet weten waar het echt over gaat.
Alsof, als we dat maar lang genoeg volhouden het vanzelf wel weggaat. Overwaait.
Het allemaal goed komt en we geen beslissingen hoeven te nemen.
Die vaak pijnlijk zijn. Voor onszelf of voor anderen.
Die consequenties hebben, waarvan we de gevolgen nog niet exact kunnen overzien.

Of omdat we het niet willen, dat zwarte gat in, wat we vermoeden dat er binnenin ons huist.
We willen ons namelijk niet verdrietig, boos, slecht of angstig voelen.
Daar hebben we helemaal geen zin in. We willen ons fit, blij en gelukkig voelen.
Want, dat lezen we in de bladen, geluk is een keuze, right?
En dan worden we ziek. Een griepje bijvoorbeeld.
Hoofdpijn die niet over gaat. Lusteloos.
Moe. Moe. Moe.

En dan gaan we toch nog door.
Wat het vraagt is naar binnen gaan. Wat we doen is ervan weggaan.
Of, wat nog het meeste voorkomt, we komen gewoonweg vanuit onze ratio niet meer bij ons gevoel.
Komen we vast te zitten.

Ik kwam toen ook vast te zitten. Zo vast, dat mijn lichaam letterlijk dienst weigerde.
Een burn out.
Voor alles waar ik mezelf mee voor de gek had gehouden.
Ik heb moeten leren om bij mijn gevoel te komen en de verbinding te leggen tussen ratio en gevoel.

En ik weet inmiddels: juist in ons gevoel liggen de antwoorden op onze vragen.
Die we misschien niet willen horen. En dat mag. Heel begrijpelijk zelfs.

Alleen….die zijn wel de sleutel tot ons leven.
Die antwoorden zorgen voor een gevoel van grip op je leven, voor evenwichtigheid, voor geluksmomenten.
En vooral voor een leven waarin JIJ aan het roer staat. Van jouw schip.
Met weet hebben van alles wat in de laadruimte zit, waardoor je de juiste havens aan kan doen.

Fool’s Day. Vandaag. Houd jezelf gerust voor de gek, als je dat helpt. Glimlach erom.
En helpt het je niet meer ? Ga op zoek. Alleen of met hulp.

Dit is Waarom

We hebben net de zakelijke bijeenkomst afgerond. Beslissingen genomen, stappen gezet.
Na een handdruk zeg ik gedag. Later op de gang, kom ik hem weer tegen.
Hij kijkt veelbetekenend naar de telefoon in mijn hand. “Ja” lach ik betrapt, “even checken of er berichten zijn. Kinderen, hè?”
Terwijl we de trap aflopen vraagt hij er belangstellend naar. En als altijd, elke keer weer anders, vertel ik dat ik 3 in-de-bonuskinderen heb en 1 eigen wondertje. Gooi er nog een te snelle, nonchalante ‘leuk’ achteraan. Hij knikt en kijkt tegelijkertijd vragend.
“Ja, vind je het leuk?” zegt hij. Ik kijk nog eens naar hem.
Hoor de wereld achter die vraag. Ik nuanceer en vraag het dan aan hem: “Jij ook?” Hij heeft er 2: zonen van zijn vrouw. Het gaat niet makkelijk.
Dat hij het zo eenzaam vindt. Zijn vrouw begrijpt het niet.
Hij kan maar niet duidelijk maken wat een impact het allemaal heeft.
Pas toen hij bijna met zijn koffers buiten stond, kwam er iets van binnen bij haar. I
k knik. Zo herkenbaar. Ik hoor het vaak. Té vaak. “Er is geen besef van wat het vraagt” zeg ik. “Bij ons Stiefrondje zeggen we niet voor niets: zelfs als het goed is, is het ingewikkeld”.
Hij knikt en zucht nog maar eens. Op de parkeerplaats een warm afscheid.
Verbonden. We weten van elkaar. In de auto terug naar huis ben ik opnieuw blij met wat we bij Stiefleven doen.
Dit is waarom.

Op zijn plek

Eigenlijk had ik die 130 kilometer gereden naar de veiling om iets anders op te halen. Bij de ingang, waar een vriendelijke jongen koffie schenkt voor de wachtenden, wordt mijn oog er gelijk naartoe getrokken.

Het beeld.

Alsof het me aankijkt. Terwijl de ogen zijn neergeslagen. Bijna tegelijkertijd zie ik het gele bordje met ‘te koop’ er links achter. Ik vraag het voor de zekerheid nog even: ‘’Dat zijn nul biedingen, mevrouw’’.
Ah, veilingtaal.

Ik loop erlangs als ik het laatste stuk overbrug naar het administratiehokje. Ja.
Ik hoef er niet over na te denken. Het is voor mij.
Vraag het daar nog even voor de zekerheid: “Kan ik het kopen?” De man kijkt geërgerd: ‘’Nee, mevrouw veel te druk vandaag”.

De man die me even later komt helpen om mijn eerder gekochte stuk te pakken, loopt met me mee. Ik vraag het nog maar eens aan hem.
“Hij gaat er niet over”, zegt hij. “Maar Dimitri wel”.
Ik vind hem wel, hij is ergens rechts op het terrein.

Inderdaad. Dimitri is druk maar we hebben oogcontact.
Even later wijs ik hem het beeld: “Die daar”. 6 minuten later en 22 euro armer heb ik het in de auto geladen. Op weg naar mijn moeder, voor een kop koffie voordat ik terugrijd.
Ik ben er zo blij mee dat ik het haar gelijk laat zien bij aankomst.
“Mooi”, zegt ze “Afrikaans he?” Ik vertel haar dat ik al langer een beeld zocht voor de plek in de tuin.
De plek waar ik mijn miskraam heb begraven, in 2009.

En ze herinnert me aan het verhaal dat ik ken uit mijn jeugd. In Oost-Afrika, jaren vijftig, is het gebeurd: háár miskraam; op het toilet, thuis, 20 weken zwanger. Mijn vader heeft het voorzichtig in zijn handen mee naar buiten genomen. Daar, waar de bewaker de wacht houdt, heeft hij het aan het kampvuur overgegeven.

Oh ja. Dat verhaal is me inderdaad altijd bijgebleven, als de jongste van het gezin. Met kinderlogica had ik bedacht dat als dát kindje had geleefd, ik er zelf misschien niet was geweest.

Thuis til ik het loodzware beeld door het huis naar buiten. Achter in de tuin, vlak bij mijn vuurschaal. Het staat er alsof het er hoort. Ik kijk er nog eens naar. Het is precies goed zo. Op zijn plek.

Is dit nu later?

“Oh, wat zullen wij later botsen!” was de eerste zin die ik tegen mijn pasgeboren kind riep toen ik begreep dat ik moeder was geworden van een meisje. Ze lag net op mijn borst. Ik keek in haar verrassend open ogen en intuïtief had ik uitgesproken wat ik tot in mijn vezels voelde.

En nu is ze 4 jaar. Bijna 5. Een meisje met grote, blauwe ogen en een vracht blond haar. Met een heerlijke lach en de lekkerste knuffels die je je kan voorstellen.

Ik zie haar zitten in de klas, ik mag een uurtje meekijken vandaag. Terwijl ik op een te klein stoeltje zit, achter de kring, kan ik even bijkomen. Wat hadden we vanmorgen al een strijd. De klaargelegde broek, normaal haar favoriet, vanwege de kleurige hartjes. “Niet goed, mama!” De zelf uitgekozen sokken. Niet goed. De elastiekjes voor haar haren. Niet goed. Een haarband!
Het kampioenschap treuzelen als ze aan alles voelt dat we op willen schieten. De grens aan mijn geduld en de tranen op haar wangen als ik haar in de bakfiets til. De zucht die me ontsnapt.

Ik kijk de kring rond van 29 kinderen. Bijna allemaal zitten ze recht op hun stoeltje en luisteren ze aandachtig naar de juf. Precies zoals het hoort. Mijn dochter niet. Ze hangt en lijkt geen 5 minuten stil te kunnen zitten. Gefrummel aan haar trui. Vingers in haar mond. Tong naar buiten. Een snotneus die ze achteloos afveegt aan haar kleren. Gedoe met haar broek. Ik zie haar buik, terwijl ze de flap van haar trui over de leuning van de stoel vouwt. Ik voel mijn lijf verstarren van ergernis. Ze vangt de blik in mijn ogen en woordeloos schud ik mijn hoofd. Ze gaat snel rechtop zitten. Voor ongeveer een seconde.

Mijn hoofd maakt overuren. Snapt ze het allemaal wel? Kan ze wel meekomen? Waarom zit ze niet stil? Heb ik haar wel goed opgevoed, snap ik dat opvoeden wel, blijkbaar heb ik niet goed gelet op haar ontwikkeling? Waarom doet ze niet gewoon zoals het hoort?

En opeens komt het bij me binnen: Zoals het hoort. Zoals ik ooit heb geleerd hoe het hoort. Waardoor ik dát heel goed wist als klein kind maar minder hoe je je voelt en hoe je daarmee omgaat. Oh ja.

Mijn lijf ontspant en mijn blik verzacht. Ik kijk nog eens naar mijn dochter. Zie opeens hoe moe ze is. Hoe ze zich staande houdt terwijl het allemaal eigenlijk teveel is nu.

De kring wordt opgebroken, ik moet naar huis. Ze mag gedag komen zeggen. Ze vliegt in mijn armen en ik houd haar stevig vast. Net als toen. Het ‘later’ is Nu. “Ik kom je vroeg halen vandaag, lieverd”, zeg ik.

De ontmoeting

Bij Profile Tyre Center, de winterbanden gaan erop.
Zij zit er al: grijze, te kleine krulletjes, ondeugende ogen. Paarse oogschaduw, van ooglid tot aan wenkbrauw.
Ze zucht licht. Ik vang haar blik en glimlach. De eerste zin wordt uitgesproken en er ontvouwt zich een gesprekje, over niets.
Een man schuift aan. We zeggen wat over techniek en auto's.
Hoe de wegenwacht niet meer onder de motorkap duikt maar alles uitleest.
Hij vertelt hoe dat hem kan hinderen in zijn werk als traumachirurg op de heli.
De vrouw vertrekt, haar auto is klaar. Wij praten verder, boven de kartonnen bekertjes met slappe koffie.
En bijna ongemerkt verdiept het gesprek zich; over passie & zingeving, over beschermingsmechanismes en hoe bepalend het nest is waar je uitkomt.
Ik lees zijn non-verbaal, hoe zijn gezicht oplicht als hij over zijn werk vertelt en hoe zijn hand een wegwerpgebaar maakt als hij het over de criminaliteit heeft op Zuid. Mijn auto is allang klaar.
De monteur zegt dat hij even heeft gewacht omdat hij het zo'n mooi gesprek vond en niet wilde storen. Ik pak mijn sleutel en zeg de man gedag.
Dank hem voor een fijne ontmoeting. En ben als altijd weer verwarmd door het contact met ‘vreemden’ wat zo maar kan ontstaan.
De mens die we officieel niet kennen maar die we met open hart en open blik zo makkelijk herkennen.
Dus, glimlach vandaag eens naar een ander, die je niet kent.
Geef jezelf een ontmoeting cadeau.

MH17

Voor hen die afscheid moeten nemen
Rouw
Het is als
de winter
dor
leeg
oorverdovend stil
hoe kan hier nog iets
groeien
de brakke grond
bevroren

het lijkt een eeuwigheid
en dan
nieuw leven ontspringt
zo klein
zo breekbaar
de lente komt